Toren van Babel

Ik heb een hekel aan lintdorpen. Dat is altijd al zo geweest. Elke keer dat ik door een lintdorp rijd word ik een beetje ongelukkig. Zou de uitdrukking door het lint gaan zo ontstaan zijn? Vanuit het gevoel dat lintdorpen fout zijn, onvolledig, mislukt. Als ik door een lintdorp rijd, vraag ik mij steeds vertwijfeld en een beetje boos af waar het centrum is, om dan opeens bij het bordje Tot Ziens in Lintdorp! te komen en de wijde weilanden voor mij uit te zien strekken. Het dorp duurde eindeloos en tegelijk denk je dan, was dat alles? Was dat ene kleine kerkje dan het centrum? Of die ene supermarkt? Dat kan toch niet!

Ik woon in een stad met een centrum. Dat voelt wel goed. Zo hoort het. Sterker nog, ik woon in het centrum. Dat is een bewuste keuze. Ik ben een stadsmens en ik wil het gevoel hebben dat ik in een echte stad woon. Ik wil naar het centrum kunnen gaan. Nou dag allemaal, ik ben even weg, ik ga naar het centrum. Daar waar alles gebeurt. Ook al is het een klein centrum, zoals in Weesp. Dat maakt niet uit. Geef mij maar geen Amsterdam. Te druk en het centrum van Amsterdam is ook veel te groot. Is het nou de Dam, het Leidseplein, het Rembrandtplein, de Munt, het Centraal Station? Je verdwaalt in dat centrum. Dat voelt ook weer niet goed. Ik houd van overzichtelijk.

Misschien komt het doordat ik ben opgegroeid in Amersfoort. Amersfoort heeft een heel duidelijk, afgebakend centrum en ik ben opgegroeid buiten het centrum. Ik ben opgegroeid met een verlangen naar dat centrum. We woonden prachtig daar buiten het centrum, maar in zekere zin voelde ik me toch buitengesloten. Daar in het centrum gebeurde het. Daar was het leven, de winkels, de bioscopen, de mooie oude gebouwen en grachten, de musea, theaters en de boekhandel. Ok, je had ook een boekhandel buiten het centrum, maar die lag aan een saaie winkelstraat met de charme van een dooie kip.

Nu woon ik in het centrum en dat voelt een klein beetje als het vervullen van een droom. Lucky me! Ik ben nu zelf een klein stukje van het centrum. Als ik ga wandelen, dan zeg ik niet meer dat ik naar het centrum ga, nee, ik ga even een rondje door het centrum lopen. De fiets laat ik staan. Alles is zo dichtbij dat fietsen grenst aan aanstellerij.

Wat maakt voor mij een centrum tot een goed centrum? Om te beginnen hou ik van historie, dus een mooie oude stadskern met veel oude panden heeft meteen mijn aandacht. Wat ik ook mooi vind aan oude steden is dat ze rommelig zijn. Als een binnenstad een rommeltje is van verschillende bouwstijlen van de afgelopen vijf eeuwen, dan voel ik mij als een kind in een snoeppaleis. Ik hou niet van steden als Parijs waar ze twee eeuwen geleden de oude stad plat hebben gegooid om een nette negentiende eeuwse stad te herbouwen met pompeuze architectuur en strakke brede boulevards waar je lekker kunt marcheren. Dat is niks voor mij. Geef mij maar een wirwar van kleine en grote straten die recht, krom en kronkelig zijn. Heerlijk. Zo ontstaan in de loop der eeuwen. Of er enige logica achter zat is vaak niet meer te achterhalen. Ik hou ook van pleinen, klein en groot, parken waar je kunt ontsnappen aan de stenen, rivieren die een stad doorsnijden, bruggen en grachten. Maar er is één ding dat voor mij een centrum tot een goed centrum maakt en dat is iets, dat op imposante wijze het centrum markeert.

Vroeger werd er in het centrum van een stad een kerk gebouwd. De kerk was het meest imposante gebouw in het centrum van de stad. Je kon de stad van heinde en ver al herkennen aan het silhouet van die ene grote kerk. Op zondag ging iedereen naar het centrum om naar die kerk te gaan. Van alle kanten naar dat ene centrum, die ene kerk, waar je dan iedereen tegen kwam. Die kerken staan er nog steeds, alleen gaat er op zondag bijna niemand meer naartoe en de rest van de week komt er niemand uit de eigen stad, behalve toeristen. De kerken hebben hun centrale rol verloren en de steden hebben in zekere zin een belangrijk deel van hun centrum verloren. Tegenwoordig bouwen we kantoorkolossen en voetbalstadions. In Nederland vooral aan de rand van de stad, en natuurlijk winkelcentra. Op zaterdag gaan we naar het centrum om te winkelen en op zondag gaan we het centrum uit naar het voetbalstadion en de meubelboulevard. En die kantoren en winkelcentra slopen we weer na dertig jaar, want dan zijn ze verouderd.

Ik bezoek graag kerken in de centra van steden, ook al ben ik zo atheïstisch als wat. Ik word aangetrokken door de grandeur, de architectuur, de kunst en de stilte. Kerken zijn oases van rust in het centrum van het drukke stadsleven. Rust en contemplatie. Maar ook het ontbreken van commercie vind ik een weldaad die alleen in kerken en de natuur te vinden is. Hier kwamen we bij elkaar om stil te staan bij het goede, dat wat ons bindt. En dat vind ik mooi, zelfs als atheïst. Sterker nog, ik vind dat dat een gebrek is van het atheïsme en de moderne tijd. Er is geen centrale ontmoetingsplaats meer die niet een commercieel doel heeft. Theaters en musea komen nog het dichtst in de buurt. Dat zijn de cultuurtempels van deze tijd. Die gebouwen mogen wat kosten, maar de ambities zijn daarbij een stuk bescheidener dan in de tijd van de kathedralen. Wij spreken schande van het feit dat het Rijksmuseum ruim negen jaar dicht was en als het Binnenhof vijf jaar dicht moet voor renovatie dan vinden we dat te gek voor woorden. Dat moet tegenwoordig toch sneller kunnen? In China zouden ze het in een paar maanden doen!

Tegelijkertijd weten we ook dat de oude kerken in het centrum van onze steden niet in korte tijd zijn gebouwd. Barcelona. Sagrada Familia. Eerste steen gelegd in 1882, waarschijnlijk voltooid in 2026. Dom van Keulen. De bouw begon op 15 augustus 1248. Voltooid in 1880. De grote kerk in Weesp, gebouwd tussen 1429 en 1462. Deze gebouwen werden gebouwd voor de eeuwigheid en wie voor de eeuwigheid bouwt heeft geen haast. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er tegenwoordig niet meer gebouwd wordt voor de eeuwigheid. Wie denkt dat de gebouwen in het centrum van Almere er nog staan over tweehonderd jaar? Ik kan het me niet voorstellen.

Ik zou het mooi vinden als we weer gaan nadenken over de lange termijn van onze steden. Over wat voor centrum we willen hebben? Dat we weer net zoals vroeger samen iets bouwen in de eigen stad dat gebouwd wordt voor de eeuwigheid. Iets waarop we trots kunnen zijn. Dat ze over vijfhonderd jaar zeggen, die lui in de 21ste eeuw waren een mooi stelletje. Die bouwden zomaar met eigen geld in vijftig jaar zoiets moois!

Wie doet dat nog? Wie bouwt uit idealisme en saamhorigheid het mooiste gebouw dat je je kunt voorstellen? Voor de eeuwigheid. En dan niet iets kleins en bescheidens, maar iets groots en onvoorstelbaars. Iets waarvan je je niet had kunnen voorstellen dat het mogelijk was. Een gebouw waar iedereen zijn steentje aan bijdraagt. Crowdfunding voor de eeuwigheid. Waarvan het ok is als het pas over veertig of honderd jaar af is. Waarop we trots kunnen zijn. Dat het centrum jarenlang een bouwput is en niemand die er schande van spreekt.

Zou dat mogelijk zijn in Nederland? Aan het geld kan het niet liggen. We zijn als samenleving rijker dan ooit. Het probleem is dat we waarschijnlijk niet zouden weten wat we dan zouden moeten bouwen. Onze samenleving is gefragmenteerd en gericht op de korte termijn. Iedereen wil wat anders en we willen het nu. Gezamenlijke idealen zijn er niet. En toch, ik zou het wel mooi vinden om iets te bouwen dat zo bijzonder is, dat het ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Dat we de fragmentatie overwinnen, of juist omkeren in iets positiefs.

Maar wat gaan we dan bouwen, als het geen kerk is, of museum, voetbalstadion, woontoren of winkelcentrum? Wie een goed idee heeft, mag het zeggen! Ooit begon de architectonische geschiedenis van de mensheid met de mythische Toren van Babel. Daar hebben we het nu nog steeds over. Ik stel voor dat wij ook weer eens iets bouwen waar ze het over 3000 jaar nog over hebben. Bijvoorbeeld in het centrum van Almere, of Lelystad. Een nieuwe Toren van Babel, in plaats van een winkelcentrum of theater.