Begrafenistaart

Voor mij is Duitsland ook het land van de taarten. Je hebt ze in alle soorten en maten en voor elke gelegenheid. Of je nou jarig bent, gaat trouwen, of wordt begraven, Duitsland heeft er een speciale taart voor. In Nederland is dat anders. Wij waren nooit zo van de taarten. Wij hebben het plakje cake en als het om taarten gaat, dan was lange tijd de slagroomtaart het summum van de Nederlandse bakkunst. Ik ben weliswaar in Nederland geboren en opgegroeid, maar mijn roots zijn Duits en bij ons werd er bij gelegenheid op z'n Duits uitgepakt. En als ik dan op een Nederlands feestje kwam, dan had ik steeds het gevoel dat ik op een barbaars primitief niveau was aanbeland. Van een drie sterrenrestaurant naar de Febo. De afgelopen jaren is het iets beter geworden, maar over het algemeen is de Nederlandse taartcultuur nog steeds treurig in vergelijking met Duitsland. Nederland is een kaasland en als er al taarten op de tafel staan, dan gebruiken we één en dezelfde kaasschaaf om op te scheppen. Ik leef in een land van taartcultuurbarbaren.

De Duitse schrijver Saša Stanišić heeft een boek geschreven, Nacht voor het feest. 

We zijn bedroefd. We hebben geen veerman meer. De veerman is dood.

Zo begint het boek. Kort en krachtig. Op pagina twee wordt de veerman begraven. Er staat:

De veerman werd begraven en de klokkenluider miste zijn inzet, anderhalf uur later begonnen de klokken pas te luiden, toen iedereen al aan de begrafenistaart zat in Spoor 1.

En daar wil ik het vandaag over hebben. Taart. Begrafenistaart. In Duitsland eten ze 's middags Kaffee und Kuchen. Op zondag zijn 's ochtends de Konditoreien geopend, zodat iedereen na de kerk verse taart kan kopen. Stel je voor dat je taart van gisteren zou moet eten. Dat kan echt niet. Je koopt dus een aantal taarten en die stal je uit op je mooiste tafel, met het mooiste tafelkleed en met het mooiste servies en bloemen en kaarsen. Elke taart heeft zijn eigen taartschep. Vanzelfsprekend. Kaasschaven komen er niet aan te pas. Een Duits huishouden heeft al snel drie taartscheppen in huis.

Toen mijn tante Lene jaren geleden in Duitsland overleed, op honderdjarige leeftijd, heb ik een stuk of zes taartscheppen geërfd. Mijn echtgenote kan daar niet bij. Ze was er niet blij mee en ondanks dat onze la nu vol ligt met taartscheppen gebruikt zij demonstratief nog steeds de kaasschaaf. Het is een van die heftige conflicten over volslagen onbenullige zaken die een huwelijk op scherp kunnen zetten. Ik vind het niet kunnen. Heb een beetje respect voor de taart!

Terug naar de begrafenistaart. In Nederland krijg je één koekje na de begrafenis en als je mazzel hebt een plakje cake. Broodjes kaas en worst komen ook wel eens voorbij. Maar taart eten na een begrafenis in Nederland? Ondenkbaar!

Zo niet in Duitsland. Daar is het gewoonte om na de begrafenis naar een restaurant te gaan voor Kaffee und Kuchen. Je moet de begrafenis dan wel een beetje goed plannen. Van twee tot drie is de ideale tijd, zodat je om half vier aan de taart zit.

Begrafenissen zijn verdrietig, soms ondraaglijk verdrietig, maar van al dat verdriet krijg je dorst en ook wel trek. Lekkere trek in iets zoets, dat de tranen doet vergeten. Kaffee und Kuchen dus. Met suiker in de koffie. De koffie noemen ze in Duitsland Beerdigungskaffee, begrafeniskoffie, en het samen eten en drinken en herinneringen ophalen aan de overledene noemen ze in de volksmond ook wel "Leichenschmaus". Ik geloof niet dat ik dat ga vertalen. Beter is een andere naam, Trauerkaffee. Treurkoffie. 

Ik vind het wel een mooie traditie. Na al het verdriet iets lekkers eten en sterke verhalen vertellen over de dode. Lachen om de mooie herinneringen die blijven. En taart eten. Tante Lene was toen ze jong was veel ziek. Voor haar gezondheid woonde ze een jaar lang in een meisjespension ergens ver in het zuiden van Duitsland. In dat huis woonden zo'n tien meisjes van goede huize, 18, 19 jaar oud. Tante Lene vertelde altijd dat het een enorm gekakel was als al die meisjes door elkaar aan het kletsen waren. Behalve als taart, of een toetje op tafel kwam. Dan werd het plotseling stil. Dat noemde zij: Das süße Schweigen. Het zoete zwijgen. Herkenbaar. Let er maar eens op tijdens een kinderfeestje. Taart eten is zoete meditatie.

Misschien is dat wel een van de redenen dat ze in Duitsland taart eten na de begrafenis. Het eten van taart doet het spreken tot stilstand komen. Na alle terugblikken en anekdotes en kopjes koffie is het tijd voor taart en valt iedereen stil. Een moment van stilte. Een stil gebed, alleen nog vorkjes die op porselein tikken en een enkele zucht van genot. Ik leef en eet taart. Het summum van genot. Beter dan een ijsje. En dat na het droevigste moment dat er is.

Wellicht speelt er ook meer. Duitsland is goed in symboliek. Een taart is een teken van leven. De verjaardagstaart. Kaarsjes die uitgeblazen moeten worden. Lang zal hij leven! Lang zal hij leven! Lang zal hij leven in de gloria! En nu is hij dood. De veerman is dood. En toch is er taart. Het leven gaat door. We vieren het leven, de herinnering aan het leven een laatste keer met taart. En de kaarsjes? Wie blaast nu de kaarsjes uit?

Begrafenistaart

Ik zal het u zeggen. Niemand. Want een begrafenistaart heeft geen kaarsjes. Begrafenistaart is een platte taart die je op een groot blik bakt en in rechthoekige stukjes snijdt. Begrafenistaart is het sobere broertje van de bruidstaart. Super lekker, maar niet overdadig.

Wel zijn er verschillende soorten. In het noorden van Duitsland prefereren ze de Butterkuchen. De Duitse Wikipedia pagina weet te melden dat de Butterkuchen ook bekend is in Nederland en Denemarken. Ik weet niet wat de Nederlandse naam is. Gek genoeg is er geen Nederlandse en Deense Wikipedia pagina over Butterkuchen, maar wel een Engelse en een in Bahasa Indonesia. Dat laatste verbaast mij wel. Heeft deze taart zoveel indruk gemaakt van op een Indonesische Wikipediaan op bezoek in Duitsland, dat hij er meteen een pagina aan heeft gewijd? Merkwaardig. Een laatste woord over de Butterkuchen. Hij wordt niet alleen begrafenistaart genoemd, maar ook Freud-und-Leid-Kuchen, vreugde-en-leed-taart, omdat hij in feite bij alle belangrijke familiegebeurtenissen gegeten wordt. Doop, belijdenis, trouwerij en begrafenis. Echt een multi-functionele taart.

Streuselkuchen

Tante Lene woonde niet in het noorden van Duitsland, maar in het Rijnland. En daar, in het Rijnland eten ze best wel eens Butterkuchen, maar hun hart gaat net iets sneller kloppen van Streuselkuchen. Kruimeltaart. Heerlijk! Nauw verwant met de Butterkuchen, maar lekkerder en veelzijdiger. Ja, sommige Duitsers zullen beweren dat het de meest veelzijdige taart ter wereld is. Zoek op internet op Streuselkuchen en je vindt eindeloos veel varianten. Ik kan aanbevelen de webpagina: Streuselkuchen - leicht gemacht und so lekker. Ondertitel: Kein anderer Kuchen ist so verwandelbar wie der Streuselkuchen. Leicht gemacht und immer lecker, ist der Kuchen ein Magnet für jede Kaffeetafel. En dat is niets dan de waarheid. Op deze pagina staan ook handige links naar kookboeken met titels als 100 Rezepte Streuselkuchen. Mijn persoonlijke favoriet, te bewonderen op bovenstaande foto, Streuselkuchen mit Mohn. Kruimeltaart met maanzaad. Andere varianten waarover ik enthousiast kan worden zijn de varianten met rabarber, of de pruimen variant. Zwetschgen-Streuselkuchen.

Ik krijg honger van deze blog over begrafenistaart. Tijd om weer wat te lezen in Nacht voor het feest van Saša Stanišić. Wellicht met een kopje koffie en een koekje erbij. Ik lees het boek tenslotte in het Nederlands.